Terug naar begin

Het verhaal van Jetze Veldstra

De naam Jetze Veldstra duikt op allerlei plekken op. Zo is er in Ouwsterhaule de Jetze Veldstraweg en is er een monument bij de lokale kerk. In 2014 heeft Geert Veldstra een scriptie en een boek (aangepaste versie van deze scriptie) over Jetze Veldstra geschreven en dit, samen met diverse foto's en wat losse verhalen, heb ik op deze pagina zo goed mogelijk samengevat. In 2025 is een nieuwe versie van dit boek uitgebracht, met veel nieuwe afbeeldingen en informatie hier in. Deze pagina zal nog bijgewerkt worden op basis hiervan. Enkele links zijn al toegevoegd.

Jetze Veldstra is mijn over-grootvader, het is de vader van mijn Beppe, Geertje Veldstra. Ik kan me niet goed herinneren wanneer ik voor het eerst over Jetze Veldstra en zijn verhaal hoorde, maar ik meen me te herinneren dat we toen ik klein was wel eens bij een 4 mei herdenking bij het monument in Ouwsterhaule zijn geweest. Zeker weten doe ik dit niet.... ik ben er later sowieso geweest toen de nieuwe informatiezuil werd onthuld in 2015. Zelf ben ik ook nog een keer langs het monument gereden en zo lopen herinneringen helaas in elkaar over.

Geboren op 10 juli 1886 in Haskerhorne, Jetze was de zoon van Bonne Sybrens Veldstra en Margaretha Brouwer. Zijn vader was een vermogend boer en was veehouder met een goedlopend bedrijf met 40 hectare grond. Margaretha Brouwer kwam uit Oudehaske en haar vader was visser. Jetze kon goed leren en ging naar de MULO in Joure. Toen hij 24 jaar oud was trouwde hij met timmermansdochter Jitske de Vries (ook als Jitsche geschreven) uit Rotsterhaule. Zij was de jongste dochter van Jitze Jans de Vries en Geertje Luites Bos.

 

Veel huwelijken vonden in die tijd in de maand mei plaats omdat er in deze periode in het jaar boerderijen opnieuw verhuurd werden en er zo nieuwe plaatsen vrijkwamen. Jetze en Jitske zijn toen op een boerderij in Oldetrijne gaan wonen en werken. Hier zijn hun eerste vier kinderen geboren.

Tekst bij de grote familiefoto:
Voorste rij vlnr: Johannes Floris, Trui Baay-Couperus, Geert Landman-Leeuw
Tweede rij: Mevr van der Balt (kennis van Anne Telgenhof-de Vries), Siemen Floris, Sjoukje Floris-de Vries, Pake Jitse de Vries, Baby Kees Krikke, van Omke Lute, Geertje de Vries-Krikke, Beppe Geertje de Vries-Bos, Zwaantje de Vries-Migchels, Anna Telgenhof-de Vries, met baby Roel of Geerte, Sanderina Koopman-Bos zuster van Beppe Geertje, Saakje Blauw-Bos nicht van Beppe Geertje.
Derde rij: Geertje Hoekstra-Floris, Pieter Couperus, Froukje Couperus-de Vries, Lute de Vries, Jan de Vries, Gosse v/d Balk verloofde van Trijntje de Vries, Trijntje de Vries, ? Blauw (man van Sjaakje Blauw-Bos).
Vierde rij: Kees Leeuw, Simke Bos (broer van Beppe Geertje), Roelofje Dragt-de Leeuw, Jitse Leeuw, Jetze Veldstra, Jitske Veldstra-de Vries, Simke de Vries, Hindrik Telgenhof, Griet de Vries-de Leeuw was ziek toen deze foto werd gemaakt.

In 1914 werd Jetze opgeroepen om in het Nederlandse leger te dienen en is als Huzaar (lid van de cavalerie) gestationeerd in de buurt van Rotterdam. Hierna kocht hij van zijn vader voor fl. 15.000,- land in Ouwster-Nijega en liet hier door zijn schoonvader Jitze de Vries een boerderij bouwen. Hier zijn nog zes kinderen geboren.

Jetze was betrokken bij de gemeenschap, hij is bestuurslid geweest van de coöperatieve stoomzuivelfabriek in Haskerhorne en meerdere jaren ook voorzitter geweest van deze coöperatie. De kerk speelde een belangrijke rol in het leven van Jetze en zijn gezin. Hij is vele jaren kerkeraadslid geweest en las soms de preek voor wanneer de dominee niet kon preken. Hij heeft diverse malen geld geleend om de kerk te ondersteunen bij nieuwbouw, of hij stond borg voor een lening samen met anderen.

In 1928 heeft hij de boerderij in Ouwsternijega verkocht aan zijn broer Meint en is het gezin verhuist naar Oldeouwer. Dit was een grotere boerderij en mogelijk beter land, maar de verhuurder wilde Jetze ook graag op deze boerderij hebben, hij kende hem uit het polderbestuur van Ouwstertrijegea. Op deze boerderij is het jongste kind, Trijntje (Tine) geboren. (deze boerderij is er nog en staat aan de Jetze Veldstraweg 115).

De twee foto's hierboven schetsen het gezin rond het einde van de jaren 30, begin jaren 40. Hoewel Geertje naast haar vader zit, woont zij al enige jaren niet meer op de boerderij. Vanaf haar 13e ongeveer is ze gaan meehelpen in het gezin van een tante (Antje of Anna de Vries) waar ze het niet zo fijn vond, later is ze bij Trijntje de Vries in gaan wonen in St. Johannesga. Hier is ze gebleven tot haar huwelijk in 1940. De oudste twee kinderen zijn in de jaren 30 getrouwd, Margaretha in 1931 en Jitze in 1936. De rest van de kinderen is allemaal na de oorlog pas in het huwelijksbootje gestapt.

Aan het begin van de oorlog heeft Jetze meegeholpen aan de Winterhulp, waarschijnlijk vanuit een stukje naïviteit en omdat dit de armen ten goede zou moeten komen. Hier waren zijn zoons fel op tegen en dit heeft voor wat ruzie thuis gezorgd. Toen hij hoorde over de houding van de nazi's tegenover de Joden is Jetze al snel van mening veranderd. In mei 1942 is een eerste onderduiker op de boerderij ondergebracht, een onderwijzer aan de openbare lagere school van Joure en reserveofficier in het leger, die niet aan de oproep om terug te keren naar Duits krijgsgevangenschap gehoor wilde geven. Hiermee begon Jetze's actieve deelname in het verzet. Meerdere familieleden hebben hier ook aan meegedaan, zoals Margaretha en Jitze en hun gezinnen maar ook Bouwe Hieminga en Geertje Veldstra, welke inmiddels in Groningen woonden.

Jetze was vanaf het begin betrokken bij de landelijke hulp aan onderduikers, via Sjoerd Wiersma en Uilke Boonstra die het opzetten van deze organisatie in het district Sneek organiseerden. Er zijn vele onderduikers geweest die één of meerdere nachten op de boerderij hebben doorgebracht, waarop Jetze dan op de fiets op zoek ging naar plekken waar ze langere tijd konden verblijven. Het voeden van die vele monden (soms meer dan 30 totaal) was een uitdaging maar op diverse manieren werd dit toch steeds opgelost.

Eind 1942 werd een zendgroep genaamd 'Tijdgat' opgezet door Charles Johannes Tijdgat. Dit was onderdeel van een groot radionet over vijf delen van Nederland, waarmee er contact mogelijk zou zijn wanneer na de bevrijding telefoon en telegraaf waarschijnlijk niet beschikbaar zouden zijn. Dit werd door Jan Thijssen gebruikt om rechtstreeks contact te maken met de regering in Londen, hoewel het netwerk dus eigenlijk voor na de bevrijding bedoeld was. Hij richtte de Raad van Verzet op en had via dit radionet een mogelijkheid om bijvoorbeeld nieuws over de april-meistakingen van 1943 met de regering te delen, maar er werd ook militaire informatie verzonden.

Bij Jetze Veldstra stond de apparatuur, welke vaak weer werd meegenomen, in een zolderkamertje van de boerderij waar de antenne door een gaatje in het kozijn naar buiten kon lopen. Jetze zorgde er voor dat er geen contact was tussen de mensen die de zender brachten en bedienden en andere leden van het gezin, of anderen die aanwezig waren op de boerderij. Ondanks deze voorzichtigheid ging het toch mis. De groep 'Zwaantje' uit Delfzijl, waar mee werd samengewerkt, is in 1943 opgerold doordat er een verrader in terecht was gekomen. Een verkeerd geadresseerde brief van één van de marconisten van Tijdgat waar een naam en onderduikadres in stonden zorgde er hierna voor dat deze ondergedoken marconist, waarschijnlijk C. Rijkeboer, kon worden opgepakt. Op diens onderduikadres vond de SD een aantekenboekje met namen een adressen van de leden van Tijdgat er in. Zo werden op 3 september 1943 de meeste leden opgepakt, drie dagen later stond er een Duitse arrestatiewagen voor de boerderij in Oldeouwer.

Zoon Bonne werd boos op de SDers en werd ook gearresteerd. Dochter Joek herinnerde zich een kist met revolvers die in de stal stond. Ze gooide er wat vodden overheen en liep er mee naar haar moeder die naast een SDer stond Ze vroeg "Waar wil Mem deze oude rommel hebben?" "Zet daar maar neer" reageerde haar moeder zonder blikken of blozen, waardoor deze wapens uit het zicht van de Duitsers bleven. Sieberen heeft de kist later snel op zolder verstopt. Er waren gelukkig op dat moment geen onderduikers op de boerderij en zowel de achter wat weckflessen verstopte radio als de antennedraad op de zolderkamer werden niet ontdekt. Jetze en Bonne moesten toch met de Duitsers mee.

In de auto is door Bonne en Jetze met de Duitsers onderhandeld, waardoor Bonne onderweg uit de truck werd gezet en weer terug kwam lopen naar de boerderij. Dit was zodat hij de boerderij kon besturen en zo de voedselvoorziening vanuit het bedrijf door kon gaan. Het hondje van de familie, Bobbie, is met Jetze mee gelopen naar de auto en is op de hoek van de straat op zijn baasje blijven wachten. Volgens Tine is hij daar na veertien dagen gestorven.

De uitzendingen vanuit de boerderij zijn na de arrestaties gestopt, maar Jitsche heeft de andere werkzaamheden, zoals het opnemen van onderduikers, gewoon voortgezet.

Jetze is, waarschijnlijk via Assen en Groningen, een paar dagen na zijn arrestatie in de strafgevangenis van Scheveningen (het Oranjehotel) terecht gekomen. Hij heeft daar eerst 10 weken in een isolatiecel gezeten, maar daarna wist hij een eerste briefje, geschreven op WC papier, naar huis te sturen zodat zij eindelijk wisten waar hij was en hoe het met hem ging. Jitsche heeft haar man in Scheveningen kunnen opzoeken, zo ook hun dochter Sjoukje die op dat moment in Boskoop bij de familie Guldemond woonde, wat relatief in de buurt van Scheveningen was. De activiteiten van de zendgroep waren op dat moment voor de Duitsers al helder, dus Jetze kon in verhoren alleen maar toegeven dat dit zo was, maar waarschijnlijk vermoedden ze dat hij meer op zijn kerfstok had en bleven hem hierover ondervragen.

In april 1944 werd hij overgebracht naar Haaren, waar hij het wat beter had (hier staat een documentaire over het 'vergeten' kamp Haaren). Hij deelde hier een cel met drie anderen en kon wat meer huishoudelijke zaken regelen, zoals het wassen van zijn kleren. Hij schreef om de drie weken een brief naar huis maar ontving er ook regelmatig brieven van zijn familie, wat hem goed deed. Hij ontving ook een bijbeltje met Psalmen en een familiefoto, waarschijnlijk de laatste hierboven, welke hij aan de muur van zijn cel hing.

Op 16 juni 1944, vlak na de landingen in Normandië, is Jetze overgebracht naar de gevangenis in Utrecht en op 28 juni stond hij voor de krijgsraad samen met de andere leden van groep Tijdgat. Jetze hoopte dat eerlijkheid hem zou helpen, hoewel de rechtspraak door de Duitse krijgsraad natuurlijk niet altijd zo eerlijk was. Na een rechtzaak van een hele dag is hij veroordeeld tot 8 jaar tuchthuis, terwijl er maar 5 jaar geeist was. Dit was de laagste straf binnen de groep van zes mannen, waarbij er ook twee de doodstraf kregen. Op 8 september van dat jaar ging Jetze naar Kamp Amersfoort, hij had hier gevangenennummer 6886. De rest van de groep is al eerder via Anrath naar Lütringhausen gebracht maar de doodstraffen zijn nooit uitgevoerd doordat de kampleiding hoopte op een gevangenenruil met gevangenen in Engeland. Ze werden daardoor een soort gijzelaars.

Jetze had gratie aangevraagd en bleef hierdoor langer in Utrecht, waardoor hij het transport naar Lütringhausen heeft gemist. In Amersfoort kwam hij een bekende tegen, Fedde ten Hoeve uit Joure. Fedde zou samen met 132 anderen in Amersfoort om het leven gebracht worden maar in Heerenveen heeft het verzet een agent die hun arrestatiegegevens in zijn bezit had omgebracht en deze gegevens door de WC gespoeld. Hierdoor wist de kampleiding niet meer waarvoor de 133 mannen vastzaten en moesten ze hun vrijlaten. Fedde heeft aan Jetze aangegeven dat hij zich moest voordoen als lid van deze groep, maar dat durfde hij niet. Op 23 september 1944 was Fedde weer thuis in Joure, twee weken later, op 11 oktober 1944, werd Jetze per trein naar concentratiekamp Neuengamme vervoerd.

De omstandigheden in Neuengamme waren niet goed, ook werden grote groepen gevangenen op transport gezet naar één van de 86 buitenkampen. Jetze kwam zo ook in Husum en Ladelund terecht, waar de gevangenen aan het werk werden gezet (via deze link is de audioguide voor het Kamp Husum te beluisteren in het Nederlands). Deze kampen waren niet meer dan 'berekenend doden'. Er gingen 100 gevangenen naar een buitenkamp en gemiddeld overleefden slechts 30 stuks dit. Jetze kwam wel weer terug in Neuengamme, maar was in deze tijd ook ziek en bracht tijd in de ziekenboeg door. In de tijd dat het beter met hem ging nam hij deel aan streng verboden korte gebedsstonden in de diverse barakken. Dit deed hem goed en zo vierde hij samen met zijn barakgenoten een paar dagen voor 24 december 1944 de kerst, waarbij liederen en het evangelie uit het hoofd werden gezongen en verteld.

Via dhr. Schaake uit Rijswijk, die in die tijd 'Lagerartz' was in Neuengamme, werd later bekend dat Jetze in januari in de ziekenboeg lag en hier een longaandoening heeft opgelopen waar hij midden januari 1945 aan is overleden. Er is ook een verhaal dat Jetze wellicht op transport is gesteld naar een ander kamp, op 9 januari 1945 naar Bergen-Belsen. Dit lijkt onderbouwd te worden doordat zijn naam niet in het dodenboek van Neuengamme voorkomt en zijn bezittingen ook niet meer in de kluisjes van Neuengamme aanwezig waren. Het Rode Kruis noemt het een 'aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' dat Jetze per trein naar Bergen-Belsen is gebracht. Waarschijnlijk is hij tijdens dit transport of kort na aankomst overleden en in een massagraf begraven. De transportlijsten van Bergen-Belsen zijn allemaal vernietigd door de Duitsers dus dit is nooit meer te bevestigen. In Neuengamme is dit ook gebeurd. Er was ook een vermoeden dat Jetze zou worden opgehangen in Neuengamme en wellicht heeft dhr. Schaake dit verhaal liever niet aan zijn nabestaanden willen vertellen. Er zijn sowieso vier anderen in dit kamp geëxecuteerd en hun namen zijn ook nooit opgenomen in de registratie, wat een parallel is met de gegevens van Jetze. Als hij in Neuengamme is overleden dan is hij waarschijnlijk hier gecremeerd.

De familie wist intussen niet wat er met Jetze was gebeurd en of hij nog in leven was. Na de bevrijding van Ouwsterhaule in april 1945 brak een verwarrende tijd aan. Er kwamen diverse berichten, dat de Tijdgat groep onderweg naar huis was, dat Jetze door de Russen bevrijd zou zijn, dat alle Friezen uit Neuengamme in leven waren en in Nijmegen medisch onderzocht werden alvorens naar huis te komen. In november 1945 wist Jitsche dat Jetze naar Neuengamme was gebracht, daar in december 1944 was en ziek was. Op 9 januari 1946 hoorde ze via het Rode Kruis dat er nog niets bekend was over Jetze's lot, maar boden zij een aantal namen van mannen die terug waren gekomen uit Neuengamme en wellicht meer wisten. Er was op dat moment nog duidelijk hoop dat hij naar huis zou komen en er werd een inzamelingsactie opgezet om een feest te kunnen geven wanneer hij thuis kwam. Een aantal dorpsbewoners vormden een commissie die dit zou organiseren, inclusief een welkomstconcert in de kerk.

In februari 1946 ontvingen zij de brief van dhr. Schaake waarin stond dat Jetze was overleden. Bonne is toen nog naar Rijswijk gegaan om met de, op dat moment flink zieke, Schaake te praten om het verhaal helderder te krijgen. Bonne vond het verhaal onsamenhangend en er leken zaken niet te kloppen, maar het feit dat Jetze was overleden leek wel duidelijk. Later in 1946 plaatste Sjoerd Wiersma (verzetsnaam 'Sjouke') een in memoriam over Jetze in Weekblad De Zwerver.

Het geld dat werd opgehaald is uiteindelijk gebruikt om een monument neer te zetten ter nagedachtenis aan Jetze. Dit is op zaterdag 5 augustus 1950 naast de kerk van Ouwsterhaule, als onderdeel van een herdenkingsdienst, onthuld door oud verzetsman Sjoerd Wiersma. Tevens is de straat waaraan hij woonde, van Ouwsterhaule via Ouwster-Nijega naar Oldeouwer, naar hem vernoemd en dit is sindsdien de Jetze Veldstraweg.

In oktober 1951 kwam er nog een brief van het Rode Kruis waarin stond dat Jetze Veldstra tussen 10 januari 1945 en 31 januari 1945 in Bergen-Belsen was overleden. Dit was niet zeker, maar het was het meest waarschijnlijke op basis van hun onderzoeken. Deze brief uit 1951 had wellicht kunnen leiden tot een aanpassing van de tekst op het monument, maar het is niet duidelijk wat er mee is gebeurd. Hij kwam pas in 1997 bij onderzoek door Sjoerd Wiersma (kleinzoon van de Sjoerd Wiersma die het monument onthulde) boven water. Jitsche heeft er nooit met haar kinderen over gesproken waardoor voor hen altijd Neuengamme de overlijdensplaats van hun vader bleef.

Op 4 mei 1995 wordt in Ouwsterhaule het monument opnieuw onthuld na een opknapbeurt. Waar het origineel achter een hekwerk zat, is het nu open tegen het hekwerk rondom de kerk geplaatst. Kinderen van Jetze Veldstra onthullen het, samen met andere familieleden, en leggen bloemen en kransen.

In mei 2015 wordt een nieuwe informatiezuil naast het originele monument onthuld. Deze zuil bevat diverse verwijzingen naar het karakter van Jetze Veldstra en de ontberingen die hij heeft doorstaan. Het biedt meer informatie over hem en vult het monument aan. Er staat een foto van hem op alsook een kopie van één van de briefjes die hij naar zijn familie stuurde tijdens zijn tijd als gevangene.

In 2025 is de 80-jarige herdenking opgeluisterd met de presentatie van een nieuw boek over Jetze Veldstra. Nieuwe informatie, maar ook scans van de diverse brieven die Jetze heeft verstuurd tijdens zijn gevangenschap, completeren het verhaal uit het eerdere boekje. Stichting Vier Mei Ouwstertrijjegea is via Facebook te bereiken mocht je een exemplaar van dit boek willen bestellen. Of neem contact met mij op (zie e-mail op deze pagina).

Er zijn diverse bronnen online te vinden die Jetze Veldstra ook noemen. Zo heeft Oorlogsbronnen.nl een tijdlijn van de belangrijke gebeurtenissen gekoppeld aan de bijbehorende lokaties (hier staat de overlijdensdatum op 25 januari 1945 i.p.v. 17 januari 1945. Beide zijn gegokt natuurlijk maar de 17 januari datum staat op de meeste plekken vermeld.). De Arolsen Archives bevatten een aantal documenten die horen bij zijn tijd in Kamp Amersfoort.

Bronnen: "Het oorlogsverleden van Jetze Veldstra" (2014), Geert Veldstra. "De Brieven van Jetze Veldstra" (2025), Geert Veldstra, Diverse websites (in de tekst gelinkt) en documenten uit eigen collectie.

 


Top