Terug naar begin

Ulbe Jans Hieminga

Het onderstaande verhaal is opgetekend en netjes uitgetypt door Wiepke Hieminga in februari 1981, van wie ik ook al de stamreeks Hieminga overnam. De foutjes zijn van mijn hand en opgedoken tijdens het omzetten naar digitaal formaat. De schuingedrukte toevoegingen zijn van mij.

Ulbe Jans Hieminga, 1774-1844.

Ulbe Jans Hieminga werd geboren op 27-7-1774 als jongste van de 7 kinderen van Jan Aukes en Bieke Rients. Hij scheelde 9 jaar in leeftijd met zijn oudste broer Rients en 3 jaar met zijn broer Jelle (één van een tweeling) die op één na de jongste was. Daartussenin zijn nog 3 broers en 1 zuster geweest. Van de 3 jongens waren er 2 die de naam Ulbe droegen. We kunnen gevoegelijk aannemen dat die beiden jong overleden zijn. Van Auke, de 3e,werd na diepgaand onderzoek niets gevonden. Vermoedelijk ook jong overleden of misschien enkele jaren oud. Bij degenen die na enkele dagen of weken stierven en dat waren er in die tijd nogal wat, werd in de doopboeken vaak achter hun naam en doopdatum geschreven "obiit". Dit is het Lat. woord voor: hij of zij is overleden, welk woord dan gevolgd diende te worden door een datum. Veelal werd die datum vergeten of werden de jongoverledenen in het geheel niet ingeschreven.
Hoe dan ook, behalve de broers Rients en Jelle, werd er van de overige mannelijke nakomelingen van Jan Aukes Hieminga niets gevonden. Naar de enigste dochter Janke, vermoedelijk genoemd naar haar moeder, werd (nog) geen onderzoek ingesteld.

Ulbe Jans Hieminga is voor mijn generatie onze betovergrootvader. Hij is het die met zijn broers en zuster de familienaam Hieminga aanneemt in 1811, doch naar later zal blijken hebben niet allen deze naam laten registreren. Hoewel zijn vader Jan Aukes (1734) nog geen familienaam heeft, staat in de overlijdensacte van Ulbe in 1844 dat hij een zoon is van Jan Aukes Hieminga, enz.
Met het onderzoek naar de familie Hieminga zijn we thans zover gevorderd dat we weten uit acten met een 16-tal jaartallen dat het leven van Ulbe Jans Hieminga bepaald niet over rozen is gegaan. In de kracht van zijn leven zat hij midden in de Franse bezettingstijd. Daarvoor had hij al zijn vrouw en 2 kinderen verloren. Later verliest hij ook zijn 2e vrouw en een getrouwde dochter uit zijn 1e huwelijk.


 
Ik weet niet zeker of dit het kaartje is wat Wiepke bedoeld, maar het laat ongeveer de situatie zien. Hidaard en het Doniahuis zijn rood onderstreept.

Alhoewel zijn ouders in Wommels trouwden, zijn alle kinderen in Hidaard geboren. Ze hebben vermoedelijk gewoond op een borderij van het Donia-bezit, op- of vlakbij de terp van Hidaard. Deze boerderij is thans gesloopt.
Later woonde Ulbe op een boerderij iets ten zuiden van de eerdergenoemde en aan de andere zijde van de Bolswardertrekvaart. Van deze hele situatie bezit ik een kadasterkaartje uit het jaar 1850 waarop alles nauwkeurig werd aangetekend door de genealoog Bierma uit Dronrijp. Of deze 2e boerderij er nog staat is zeer de vraag. Ulbe woonde hier vermoedelijk van 1805 tot 1844. Dat is dooreen zo'n 150 jaar geleden. De kans is zeer groot dat deze boerderij al eens gesloopt is en vervangen door een nieuwe. Bij e.k. bezoek aan Friesland wil ik hier D.V. toch eens een kijkje gaan nemen.

Met opzet heb ik het leven van Ulbe Jans Hieminga tot onderwerp gekozen voor mijn verhaal. Van de daarop volgende generaties weten we veel meer. 't Is ook wat dichterbij. Van de 4 voorgaande generaties (nu 5) weten we dat ze Taede Aukes of Auke Taedes heten. We weten hun geboorte-en trouwdata en met wie ze trouwden. Tenslotte weten we dat ons hele voorgeslacht boeren waren omdat hun namen al in 1640 in de floreenregisters voorkomen. Ulbe Jans is een figuur die mij fascineerde. Van de 12 bekende generaties zit hij ongeveer halverwege en bovendien is hij de eerste die officieel de familienaam Hieminga draagt.
Over de hiervoorgenoemde floreenregisters nog het volgende. De floreenbelasting werd in de 16e eeuw in Friesland ingevoerd als een belasting op de pachtsommen, uitgedrukt in florenen (florijnen) ofwel goudguldens. Deze belasting diende tevens tot grondslag voor het stemrecht. Dit stemrecht gaf zeggenschap in kerkelijke-zowel als in wereldlijke zaken. Deze belasting, met alle onrechtvaardigheden daaraan verbonden bleef bijna 4 eeuwen bestaan tot de Hoge Raad, na een jaren durend proces, er een streep door haalde.

Ulbe trouwt in 1795 met Janke Sybrens uit Hidaard. Ulbe is dan 21 jaar. Van Janke is het nog niet gelukt een geboortedatum te vinden. Ook haar overlijdensdatum werd in het jaar 1800 niet geregistreerd, naar in 1827 zal blijken. Hun eerste kind Sybren, geboren in 1796 is al jong overleden. In de doopboeken staat achter zijn naam “obiit”. Dan wordt op 29-6-1798 een dochter geboren die de naam Trijntje krijgt. In het jaar 1800 overlijdt Janke en is Ulbe op zijn 26e jaar weduwnaar met een dochtertje van 2 jaar.
Eerst 5 jaar later hertrouwt Ulbe, n.l. op 5-5-1805 met Trijntje Hoites Wiersma uit Folsgare. Hun 1e kindje, Wypkjen, wordt geboren te Hidaard in 1806. Van deze dochter is nergens meer iets gevonden. Vermoedelijk ook jong gestorven. We weten alleen dat ze met de geboorte een z.g.n. geboortelepel kreeg, w.i. haar naam, geboortedatum en -uur werden gegraveerd. Het feit dat deze geboortelepel in het nageslacht van haar broer Jan terechtgekomen is, zou het bewijs kunnen zijn dat ze vroegtijdig overleden is.

Inmiddels is via diverse bronnen meer te vinden, Wypkjen Ulbes Hieminga is 40 jaar oud geworden maar meer details heb ik helaas niet. Dat de geboortelepel bij haar broer terechtkwam zou ook kunnen komen doordat ze niet getrouwd is en vroeg is overleden.


 

De betreffende geboortelepel kwam later in het bezit van pake Wiepke en weer later, via Jan Hieminga uit Beneden-Knijpe, bij zijn zoon Wiepke in Groningen. De lepel bevindt zich thans in Zwitserland bij de enigste dochter van Wiepke, Klaske Sonnevelt-Hieminga.

Er zijn meerdere geboortelepels uit de Hieminga familie bekend, want een andere duikt in deze database op wanneer je op achternaam 'Hieminga' zoekt (rechtsboven).

Op zijn 32e jaar had Ulbe dus al een vrouw en 2 kinderen naar het kerkhof moeten brengen. Na Wypkjen wordt in 1810 Ulbe zijn enigste zoon Jan geboren. Ulbe is dan 36 jaar. Deze Jan is ons aller stamvader geworden. In 1810 is ook Ulbe zijn oudste broer Rients overleden, oud 45 jaar.
In 1813 wordt dochter Bieke geboren en in 1823 wordt er nog een dochter geboren die de naam Rinske kreeg. Dan lijkt alles goed te gaan, maar 3 jaar later, in 1826 komt Ulbe zijn 2e vrouw Trijntje te overlijden, oud 44 jaar. Ulbe is dan voor de 2e maal weduwnaar en hij is dan 50 jaar oud.
Zijn enigste dochter Trijntje,uit het 1e huwelijk, is altijd thuis gebleven. Wanneer haar stiefmoeder overlijdt is ze 28 jaar. Dit is gebleken uit verschillende stukken. Het volgende jaar, 1827, moet voor Ulbe bepaald een belevenis geweest zijn. Zijn dochter Trijntje trouwt dan met Jan Piers Eringa, een boerenzoon uit Edens. Dat trouwen ging zo maar niet want Trijntje stond niet ingeschreven bij de Burgerlijke Stand. Daar zat een hele voorgeschiedenis aan vast die m.i. de moeite van het vermelden waard is.

In 1811 moest een ieder die geen familienaam had er één kiezen. Had men wel een familienaam dan moest deze geregistreerd worden. Vooral op het platteland van Friesland kende men nog geen familienamen. Deze naamsaanname en registratie was verplicht bij wet en een bevel van Napoleon. We kunnen ook zeggen: een bevel van de bezetter. Zelf hebben wij zo'n bezetting ook meegemaakt en hoe we hier in 1940-1945 over bevelen van de bezetter dachten is genoegzaam bekend. Ze werden of tegengewerkt of volkomen genegeerd. Zo is thans bekend dat zich in 1811 uit Hidaard niet een heeft gemeld voor deze naamsregistratie. Dit is in meerdere dorpen het geval geweest.
Murkjen, de echtgenote van de in 1810 overleden oudste broer Rients, meldde zich wel. Ze woonde toen in Burgwerd en een fotocopie van deze acte van naamsaanname van haar en haar 4 kinderen, is in mijn bezit. Tot nu toe het enigste stuk omtrent naamsaanname wat we van de Hieminga-familie hebben kunnen vinden. Misschien is Murkjen wel de eerste geweest en ze zullen als familie heus wel overleg gepleegd hebben over deze naamsaanname. Ik heb tijdens het onderzoek hiernaar steeds het gevoel gehad dat ze toen met elkaar afgesproken hebben: We nemen allemaal de familienaam Hieminga aan, Murkjen heeft zich gemeld maar wij melden ons niet.

Een leuke kanttekening hierbij: Murkjen is in 1811 hertrouwd en ze is samen met haar tweede man haar familienaam gaan registeren want hij staat er meteen boven en neemt de naam Woudstra aan. Het ging dus wellicht vooral om het registreren van de naam voor haar kinderen met Rients Jans.

In principe ging het in de jaren 1940-1945 niet anders. Dit voorgevoel is helemaal uitgekomen want, zoals gezegd, stond Trijntje Ulbes Hieminga in 1827 niet ingeschreven bij de Burgerlijke Stand. Wel kon er een duplicaat doopbewijs worden afgegeven wat toen als geboorteacte gold. Verder moest er een zitting van de vrederechter voor gehouden worden in Dronrijp waar 4 wijze- en oudere mannen verklaren dat Trijntje Ulbes Hieminga een dochter is van die en die. Dat haar moeder, Janke Sybrens, overleden is in het jaar 1800, de juiste datum onbekend. Dat ze al die jaren bij haar vader thuis gewoond heeft te Hidaard en dan volgt woordelijk: "waarvan acte verzocht om te kunnen dienen in de registers van den Burgerlijke Stand bij het aangaan van een huwelijk ".

In latere jaren wordt Jan Piers Eringa een bekende-en toonaangevende figuur in de kerkstrijd van de vorige eeuw. Zijn naam wordt meerdere malen genoemd in boeken over deze kerkstrijd. O.a. door A. Algra in zijn boek: “de historie gaat door het eigen dorp”. Voorts door Ds. J.C. Rullmann in zijn werk: “de strijd voor kerkherstel” en tenslotte door Dr. G.A. Wumkes in zijn boek: “it Fryske Réveil yn portretten”.
Uit hun huwelijk werd 1 zoon geboren en Trijntje sterft in 1835 op 37-jarige leeftijd. Jan Piers Eringa is dan een verslagen man. Het verlies van zijn innig geliefde vrouw heeft hem diep bedroefd, aldus Dr. Wumkes. Hij hertrouwde nooit weer. Maar ook voor Ulbe moet dit een enorme slag geweest zijn om een dochter te verliezen die zo lang bij hem thuis geweest was. Volgens Dr .Wumkes was ze een vrouw met de vreeze Gods in het hart. J.P.E. overlijdt op bijna 80-jarige leeftijd. Zijn enigste zoon is kort na hem overleden op 45-jarige leeftijd. Van de kleinzoons van J.P.E. worden er 4 predikant. Drie in de Ned. Herv. Kerk en een in de Geref. kerk. Dit is ongetwijfeld een gebedsverhoring geweest. J.P.E. had de innige wens (op zijn sterfbed nog herhaald) dat er één van zijn kleinzoons predikant mocht worden, maar het werden er vier.

Maar terug naar Ulbe. In 1838 overlijdt zijn broer Jelle, oud 67 jaar. Voor die tijd al een hoge leeftijd. Uit alle stukken blijkt dat Ulbe met zijn broer Jelle meer contacten onderhield dan met de vrouw en kinderen van zijn overleden broer Rients. Vermoedelijk zal dit wel mee in de afstand gezeten hebben. Aanvankelijk woonden Rients en zijn gezin in Cubaard/Burgwerd. Uit de trouwacte van één van hun kinderen blijkt (1821) dat Murkjen dan boerin is in Achlum onder Franeker. Afstanden speelden, vooral in die tijd, een zeer belangrijke rol voor de onderlinge contacten. In 1838 heeft Ulbe alleen nog zijn 2 dochters en een zoon. Twee vrouwen en 3 van zijn kinderen zijn dan al overleden. Zijn dochter Bieke trouwt 2 maal en is in Sneek overleden.
Zijn zoon Jan trouwt pas op zijn 40e jaar in 1850. Zijn vader is dan al 6 jaar daarvoor overleden. De jongste, Rinske, trouwt met Lammert Willems de Roos uit Wommels. De familie de Roos moet bepaald zeer bevriend geweest zijn met de Hieminga's. Bij herhaling worden de namen van verschillende leden van de familie de Roos genoemd als getuigen in trouwacten. Willem de Roos was kastelein te Wommels. Lammert is zijn zoon en genoemd in acten wordt ook nog een paar keer Oepke de Roos. Ulbe heeft het huwelijk van zijn dochter Rinske niet meer mogen beleven. Evenmin de geboorte van Rinske en Lammert hun zoontje Ulbe. Vanzelfsprekend genoemd naar zijn grootvader. Geboren in 1848 en gedoopt in de Ned. Herv. kerk van Wommels.

 

Ulbe overleed op 4-6-1844 te Hidaard in de leeftijd van 69 jaar. Uit zijn generatie is hij de oudste geworden. Hij werd begraven te Hidaard.
Over Ulbe zijn 3 kinderen nog het volgende:
Zijn beide dochters wonen op het einde van hun leven in Sneek en zoon Jan op de boerderij "Groot-Hokwerd" te Weakens onder Winsum.
Bieke overleed in 1888, oud 75 jaar en Rinske in 1873, oud 50 jaar. Beiden werden op het kerkhof van Tjalhuzum begraven. Volgens de overlevering zou ook Ulbe zijn enigste zoon Jan te Tjalhuzum begraven zijn. Een nader onderzoek door mij ingesteld heeft uitgewezen dat Jan Ulbes Hieminga op 23-5-1870 te Winsum is overleden. Een fotocopie van de overlijdensacte is in mijn bezit.

Het verwonderde mij daarom niet dat de naam van Jan Ulbes Hieminga rond 1870 in de grafregisters van Tjalhuzum niet voorkomt. Bij toeval vonden wij de namen van Bieke en Rinske.
Mijn vader heeft mij eens verteld dat hij met zijn vader een bezoek gebracht heeft aan het kerkhof van Tjalhuzum om het graf van zijn grootvader te bezien. Een kwestie van uren en uren lopen. Naar mijn vaste overtuiging nu, na alle intensief onderzoek daarnaar gedaan, heeft hij toen een bezoek gebracht aan het graf van de beide tantes van zijn vader, pake Wiepke.
Alhoewel niet meer te bewijzen (de grafboeken zouden ontbreken) werd Jan Ulbes Hieminga m.i. op het kerkhof te Winsum begraven.

 

 


Top