Terug naar begin

Vreemde spullen

Een snorrenborstel

Dit kleine borsteltje is in een item wat teruggaat naar Jan Hieminga, het voormalig hoofd van de school in De Knipe, bij Heerenveen. Op de diverse foto's is goed te zien dat hij vanaf 1903 ongeveer een indrukwekkende snor had staan welke onderdeel was van zijn publieke image. Op latere foto's, vooral deze welke na zijn pensionering in 1942 zijn genomen, is deze brede snor teruggebracht tot een veel smallere versie. Dit kleine snorrenborsteltje (op de eerste foto is een US quarter opgenomen om de grootte te laten zien) zit in zijn eigen opbergetuitje en hiermee kon Jan de gehele dag door zijn snor in optima forma houden.

 

Zijn zoon Bouwe, mijn grootvader, heeft ook een snor gehad voor een groot deel van zijn leven. Misschien heeft hij wel dit zelfde borsteltje in gebruik gehad, wat hij van zijn vader geërfd zal hebben?

 

Handboeien

In de Tweede Wereldoorlog, na hun huwelijk eind 1940, woonde mijn grootouders met hun groeiende familie in Groningen op de Radesingel 1, in een huis dat ongeveer halverwege tussen het station en het centrum van de stad staat. Volgens verschillende verhalen is dit huis in gebruik geweest om onderduikers een kort onderdak te bieden, niet meer dan één of twee nachten, voordat ze verder gingen naar een volgende, hopelijk meer permanente, onderduikplek. Bouwe Hieminga was van eind 1940 tot 1944 'Houder van een Woningbureau' wat wellicht heeft meegeholpen bij het regelen van onderduikplekken. Het andere familielid wat actief was in het verzet gedurende de oorlog, maar wie het kamp Neuengamme helaas niet overleefde, is natuurlijk Jetze Veldstra, voor zijn verhaal zie deze pagina: Het verhaal van Jetze Veldstra.

Teruggaand naar Bouwe, ergens in 1943 of 1944 werd hij gezocht door de lokale politie. Terugkijkend was dit waarschijnlijk omdat hij gezocht werd voor de 'Arbeitseinsatz', waarbij geschikte mannen naar Duitsland moesten om daar in fabrieken en op andere plekken te gaan werken. Als het zijn verzetswerk was waarvoor hij gezocht werd zouden het waarschijnlijk Duitsers zijn geweest die op de deur kwamen kloppen, niet de lokale Groningse agenten die hier opdoken.

De politiemannen kwamen langs om Bouwe Hieminga op te pakken, maar door geluk of een tijdige waarschuwing wist hij uit het zicht van de politie te blijven op die dag. In Groningen woonde 'Tante Oma' bij hen in, en zij besloot om de politie te vriend te houden, bood ze een kop koffie aan (of de nep-koffie die in de oorlog gebruikt werd) en ging rustig zitten om met de heren te praten. Terwijl ze zo koffie zaten te drinken en zaten te praten ging de tijd voorbij, totdat de politiemannen besloten dat Bouwe waarschijnlijk niet meer thuis zou komen of dat ze een andere keer wel terug zouden komen en het huis verlieten. Toen ze opstonden en weggingen vergaten ze totaal om de handboeien, welke ze hadden meegenomen om om Bouwe's polsen te doen, mee terug te nemen.

Bouwe besloot Groningen te velaten en fietste naar de boerderij van Jetze Veldstra in Oldeouwer om zo onder de radar van de autoriteiten te blijven. Zijn dochter Tineke verbleef daar op dat moment al een tijdje. In de laatste fase van de oorlog besloot ook Geertje om Groningen te verlaten, het voelde daar niet veilig meer, en zij is ook op de fiets gestapt om met haar zonen Jan en Jetze de 75 km naar Oldeouwer af te leggen.

De handboeien zijn in de familie gebleven, als herinnering aan hoe dichtbij de autoriteiten zijn geweest. Bouwe had zomaar ook in Duitsland terecht kunnen komen, waar Geertjes vader ook zat en uiteindelijk nooit van terugkwam. De handboeien hingen nog vele jaren boven Bouwe's bureau in het huis van de familie in Scheveningen. Hij had ook een scherf van een ontplofte bom welke als presse-papier op zijn bureau lag. Dat waren de twee herinneringen aan de oorlog voor Bouwe.

Vandaag de dag is dit paar handboeien niet meer in perfecte staat. In zijn jongere dagen heeft Jan Hieminga ze een keer mee naar school genomen om te laten zien en het verhaal te vertellen. Als grap sloot hij één helft om de pols van zijn vriend, maar hij vergat hierbij dat de politiemannen alleen de handboeien hadden laten liggen en niet de bijbehorende sleutel. Er was een ijzerzaag nodig om de boeien aan één kant door te zagen zodat Jan's vriend weer vrij was.

Deze handboeien zijn in de 90/00'er jaren uitgeleend geweest voor een tentoonstelling over Jetze Veldstra in Ouwsterhaule.

 


Top