Terug naar begin

Jan Hieminga en zijn school

Nu ik het verhaal van Jetze Veldstra op (digitaal) papier heb gezet, moet ik dat ook voor Jan Hieminga doen. Hij is de andere overgrootvader aan mijn vader's kant en hij heeft er mede voor gezorgd dat er in De Knipe een Christelijke basisschool werd opgezet.

Mijn overgrootvader Jan Hieminga is op 3 augustus 1879 geboren in Spannum als oudste van twee zonen van Wiepke Jans Hieminga en Mintje Bouwes Vellinga. Wiepke is als uitzondering in zijn familie geen boer maar timmerman geworden. Wiepke is geboren in Winsum, Baarderadeel, maar zijn oudere broer zal waarschijnlijk het boerenbedrijf van zijn vader over hebben genomen en daarop is Wiepke een andere koers ingeslagen. Zijn geboortedatum is 26 oktober 1851 volgens de geboorteakte, 29 oktober in andere gemeenteaktes maar 28 oktober volgens een notitie op een oude foto. Getrouwd op 27 mei 1876 met Mintje en daarop volgden in 1879 zijn zoon Jan en in 1881 de tweede zoon Bouwe. Meer kinderen waren er niet, wat voor die tijd eigenlijk apart was. Wiepke was als timmerman betrokken bij allerlei bedrijven. In 1883 zocht hij via een advertentie in de Leeuwarder Courant timmer- en metselaarsknechten, een paar jaar later (1887) was hij op zoek naar een 'in werking zijnde Brood en Kleinbakkerij te huur' en tevens een 'Kuiperij, liefst in een der dorpen van Friesland, te koop of te huur'. Hij schijnt ook molens te hebben gebouwd in diverse dorpen in Friesland en is betrokken geweest bij het opzetten van een protestants kerkje in Wommels.

 

Jan Hieminga komt dus uit een gezin waar ondernemen niet vreemd is, maar hij slaat toch ook weer een andere koers in en wordt onderwijzer. Als hij 19 jaar oud is verhuist hij naar Lemmer, waarschijnlijk om te leren om onderwijzer te worden. In 1899 slaagt hij voor het akte-examen lager onderwijs in Zwolle, hoewel ik elders ook Lemmer heb gelezen. Het wordt in ieder geval vermeld in de krant Tubantia van 26-4-1899 (zie hieronder). Hij gaat in 1899 in Enschede als onderwijzer aan de slag, waar hij kan inwonen bij zijn oom Klaas en tante Tine welke daar wonen. Vier jaar later, in 1903, gaat hij in Joure werken. Omdat hij in 1942 zal vieren dat hij 40 jaar in het onderwijs werkt lijkt het alsof hij in 1902 hiermee gestart is, maar dat strookt dus niet met de datum van zijn examen en zijn eerste banen. Hij is vanaf 1908 onderwijzer in Sassenheim en verhuist in 1910 weer naar Harlingen, waar hij weer op een Friese school gaat werken.

Ergens in deze omzwervingen komt hij Klaaske van der Laan tegen. Zij is de dochter van een slager in Heerenveen, genaamd Franke Bouwes van der Laan, en Rinskjen Boschker (haar naam wordt op meerdere manieren gespeld, waaronder ook Rijnskjen en Rinskje, maar Rinskjen komt op meerdere aktes voor). Jan en Klaaske trouwen op 22 november 1906. Op onderstaande foto is al te zien dat hij op dat moment een indrukwekkende snor draagt. Het hierbij behorende borsteltje is er nog.

Hun eerste kind, dochter Rinskje, wordt in augustus 1907 geboren. Er volgen nog vier broers en drie zussen. Helaas overlijd Rinskje in 1917, nog geen 10 jaar oud, aan de gevolgen van diabetes. De volgende dochter, welke in 1920 geboren wordt, wordt weer Rinskje genoemd maar zal als 'Tuttie' door het leven gaan. Deze koosnaam wordt vaak in Friesland gebruikt om een jongste dochter aan te duiden maar na haar volgt in 1921 nog Neeltje, die 'Nettie' of 'Netie' genoemd zal worden. De eerste drie kinderen worden in Sassenheim en Harlingen geboren maar daarna zal de familie zich in De Knipe vestigen en daar geruime tijd blijven. Dit komt door de lokale plannen om een nieuwe school op te zetten in het dorp.

In het laatste kwartaal van de negentiende eeuw onstaat in De Knipe, net als op andere plekken, een Gereformeerde Kerk in vervolg op de Doleantie van 1886. Rond 1895 wordt voor het eerst gericht gesproken over een Christelijke school in De Knipe en omdat dit gezien wordt als een zaak van ouders en niet van de kerk wordt hiervoor in dit jaar een vereniging opgericht met tot doel het opzetten van deze school. Dit was een lang proces, onder andere doordat geld voor het bouwen van deze school niet makkelijk voorhanden was. In 1904 ontstond het plan om lammeren te kopen, deze gratis bij leden van de vereniging te laten grazen, waarop ze met winst te verkopen zouden zijn. Een collecte hiervoor leverde fl.55,50 op en hiervan konden de eerste lammeren aangekocht worden. Deze werkwijze zou nog jaren gebruikt worden om voor inkomsten te zorgen.

In 1907 werd dankzij diverse bijdragen een bod gedaan op een huis in het dorp, wat daarop verhuurd werd zodat er nog een inkomstenbron beschikbaar kwam. De begroting voor bouw van de nieuwe school uit 1909 liet dan ook zowel 'huishuur' als 'lammerenopbrengst' als inkomsten zien, naast uniecollectes, contributie, rijkstoelage en schoolgeld. Het benodigde kapitaal was echter nog steeds niet beschikbaar en de grond naast het aangekochte huis was niet ruim genoeg voor een schoolgebouw. In 1911 is daarom dit eerste huis voor fl.1600,- te koop gezet waarop het huis van K. de Vries in Benedenknipe werd aangekocht en meteen weer verhuurd aan J. de Vries die er nog in woonde. Op 24 oktober 1912 viel in de notulen op te tekenen dat "in den beginsel tot den schoolbouw wordt besloten". Er waren toezeggingen voor 46 leerlingen alleen was er nog steeds niet voldoende geld beschikbaar voor de bouw zelf. Er was voorafgaand hieraan in het Friesch Dagblad van 21 oktober 1911 een oproep geplaatst om fl.4000,- aan de vereniging te lenen om "een school met den Bijbel te doen verrijzen in het socialistische Knijpe".

Deze en andere oproepen leverde een reactie op van J. Hieminga, onderwijzer te Harlingen. Hij wilde wel voor het benodigde geld zorgen via zijn familie en kennisen, waar het duidelijk nuttig was dat zijn vader en andere familieleden het financieel goed voor elkaar hadden, maar als voorwaarde stelde hij dat hij dan hoofd van de school moest worden. Het bestuur ging hierop inlichtingen inwinnen over deze Hieminga, onder andere bij meester Ten Hoor in Joure, waar hij vier jaar had gewerkt. Wellicht staat deze Ten Hoor op de schoolfoto hierboven. Het hoofd in Harlingen, meester Assink, sprak lovend over Jan Hieminga en een gesprek met het bestuur van de vereniging pakte ook goed uit. Men kon Hieminga op dat moment niet meer bieden dan het salaris wat hij in Harlingen genoot, maar er was bereidheid om dat in de toekomst te verhogen. Zo had men een schoolhuis, een hoofd en meester, maar men was er nog niet. Uiteindelijk kwam de fl.4000,- van Gebr. Meedstra te Doezum (onbekend of dat nu via Jan Hieminga is gelopen), welke dit wel wilden voorschieten, en zo kon meester Hieminga leermiddelen aan gaan schaffen en op zoek naar een hulponderwijzeres voor het handwerken. Hij schoot zelf ook fl.500,- voor om het schoolhuis te kunnen gaan opknappen. Mej. B. Keizer uit Ousterhaule werd aangenomen en de diverse schoolbanken werden via het station in Heerenveen aangevoerd (32 stuks a fl.8,25 per stuk). Op 3 september 1913 begon men met de bouw van het schoolgebouw, op 15 en 16 oktober van hetzelfde jaar werd het feest gevierd ter inwijding en opening van de school, de pers deed hiervan verslag in Hepkema's courant en in het Friesch Dagblad van 18 oktober 1913.

De eerste jaren van de school lopen goed, het boek "Fan Fean ta Pream" noteert diverse verbeteringen aan school en huis, waaronder een nieuwe houten vloer in de keuken van de woning ter vervanging van de koude stenen vloer, op verzoek van mevrouw Hieminga. Aan het begin van de eerste wereldoorlog wordt Jan Hieminga gemobiliseerd naar Amsterdam, om hier analfabete soldaten les te geven, maar hij zal al snel weer terug in De Knipe zijn. In 1916 is er even paniek wanneer Jan solliciteert op een andere baan in Eefde, maar een toeslag van fl.75,- laat hem in De Knipe blijven. Juffrouw Keizer krijgt ook deze toeslag maar wel naar verhouding, zij krijgt fl.25,- er bij. Het is dan blijkbaar mogelijk om wat ondersteuning voor het gezin in huis te halen, gezien onderstaande advertentie van eind maart van dat jaar.

Op dat moment heeft het gezin vijf kinderen en de hulp met wassen zal hier ongetwijfeld mee te maken hebben. Een inschrijving in het bevolkingsregister laat zien dat er vanaf december 1914 dienstbodes ingeschreven zijn samen met het gezin Hieminga, maar de eerste vertrekt in mei 1915 en het duurt tot juli 1917 voordat een vervanging gevonden is. In mei 1918 wordt deze opgevolgd door een derde dienstbode voor enkele maanden. Deze zelfde inschrijving laat zien dat het adres Benedenknijpe 82 was, maar dit is tijdens de bewoning door het gezin Hieminga gewijzigd naar nummer 69. Op een latere inschrijving van zoon Bouwe Hieminga is vermeld dat hij geboren is op Benedenknijpe 71, dus wellicht was nummer 69 de school en nummer 71 het bijbehorende woonhuis? De vermelding van het adres Benedenknijpe 71 is uit 1934 dus het is ook mogelijk dat de nummers nog een keer zijn aangepast in de tussentijd.

Bij het vergelijken van bovenstaande twee foto's valt op dat er op de eerste foto een verspringing in de voorgevel zichtbaar is, er is maar één raam rechts van de voordeur met een wat naar achteren liggende uitbouw. Op de meeste andere foto's, zoals de tweede hierboven, is er een rechte voorgevel met twee ramen rechts van de voordeur. Het huis ligt aan de vaart die door het dorp loopt en de door bomen beschutte laan voor het huis en de school zal regelmatig dienst doen als lokatie voor zowel gezinsfoto's als schoolfoto's.

Door de jaren heen zien we Jan's kinderen ook op de schoolfoto's langskomen. De school bleef redelijk stabiel qua leerlingaantallen, of liep iets terug, maar het geld was vaak schaars, waardoor schooluitjes zo goedkoop mogelijk dienden te zijn en er in de winter nog wel eens gekozen werd om de lessen op zaterdag te laten vervallen om zo verwarmingskosten uit te sparen. De onderwijswet van 1920 leidde er toe dat er een akte van benoeming moest worden opgesteld maar de tegenslag hierbij was dat Jan niet meer kosteloos mocht wonen, dus de huur voor de schoolwoning werd door het bestuur op fl.150,- per jaar vastgesteld. De financiën van de school en de vereniging bleven jaarlijks een punt van aandacht, regelmatig moest er geschipperd worden en de uitstaande leningen overgesloten worden zodat de school draaiend kon blijven. Ondanks momenten waarop Jan Hieminga elders heeft gesolliciteerd bleef hij toch steeds de school leiden. Hij was naast schoolhoofd en meester ook actief als secretaris van de vereniging, als ouderling in de kerk, voorzitter van de A.R. kiesvereniging en als koorleider en binnen de bond van Christelijke Zangkoren.

In 1932 is er een Fries kenteken afgegeven, B-18291, op naam van J. Hieminga te Benedenknijpe. De bijbehorende auto is niet bekend maar voor die tijd was dat een erg grote uitgave en een duidelijk statussymbool. Die auto maakte het mogelijk dat Jan "leider van diverse zangkoren was", waarbij hij zich per auto tussen de diverse dorpen heen en weer reed. Zijn zoon moest nog wel eens mee om te helpen met duwen of aanslingeren als de wegen of de auto dit nodig maakten. Zijn zoon Bouwe was intussen ook naar de kweekschool geweest, had hier in 1935 zijn diploma behaald en zo kwam het dat deze ook opdook op diverse schoolfoto's, werkend op de school van zijn vader. Het bestuur had toegestaan dat deze 's morgens wat ervaring opdeed in de school. Door het schoolgebouw ook te verhuren aan de zangvereniging (onder leiding van Jan!) en voor cursussen van de naaikrans kwamen er wat extra inkomsten. De huur van het huis was intussen omhoog gegaan maar ging in 1936 weer omlaag naar fl.280,- per jaar, waardoor meester Hieminga het weer wat makkelijker kreeg.

Op 20 oktober 1937 werd zowel het vijfde lustrum van de school gevierd alsook het 25-jarig dienstverband van dhr. Hieminga. De 'Hepkema' deed er uitgebreid bericht van, en somde op dat deze actief was als "ouderling van de Gereformeerde Kerk, voorzitter van de plaatselijke A.R.-kiesvereniging, secretaris van de bond van Chr. Zangverenigingen in de zuidoosthoek en dirigent van het evangelisatiekoor te Noordwolde en de christelijke zangkoren in Knijpe, St. Johannesga en Oudehorne". Tijdens een feestelijke avond kreeg hij een boekenkast en schemerlamp aangeboden van het bestuur.

Als koorleider en dirigent is Jan ook betrokken bij de zangersfeesten welke jaarlijks in Oranjewoud plaatsvinden. De eerste vond plaats in 1920 met zestien koren en dit beviel zo goed dat dit tot oprichting van de bond leidde en dat het concours een jaarlijks terugkerend festijn werd. In 1950 is het 27ste zangersfeest en nog steeds is dit op feestterein "De Brink", dat steeds welwillend voor dat doel werd afgestaan door de bewoners van huize Oranjewoud. Onderstaand bericht is van 1927 en dit voegt weer een zangvereniging toe aan het CV van Jan Hieminga.

De oorlog brengt initieel geen grote veranderingen in het reilen en zeilen van de school. Per januari 1941 wordt gymnastiek een verplicht vak op school maar een brief waarin gevraagd wordt om Joodse leerlingen van school te sturen wordt naast zich neergelegd. In september 1941 komt er slecht nieuws: Jan Hieminga geeft aan wegens persoonlijke redenen te stoppen met werken per 1 april 1942.

De reden wordt nergens genoemd, maar heeft ongetwijfeld te maken met de gezondheid van zijn vrouw Klaaske. Hij gebruikt de maanden tot april 1942 om zijn werkzaamheden af te ronden terwijl er naar een opvolger wordt gezocht. Dit wordt K. Jongsma uit Bornwerd, die later ook de schoolwoning betrekt. Jan zijn ontslag gaat per 1 april 1942 in maar helaas valt dit samen het het overlijden van Klaaske van der Laan aan kanker op deze zelfde dag.

Zij wordt begraven op het kerkhof naast het kerkje in De Knipe op een "stille zaterdag", op 4 april, vanuit de Chr. School. Jan Hieminga verhuist kort hierna naar Steenwijk.

Vanuit Steenwijk blijft Jan actief binnen de verenigingen en als koorleider. De meningen over hem verschillen nogal. Zo schrijft Waling dat, hoewel hij hem zelf niet kan herinneren, de indruk is van een streng en niet gemakkelijk mens. Emotioneel volledig ontoegankelijk en streng in zijn geloof. "Dat hij het presteerde om in een dorp van arme, fanatiek socialistische veenarbeiders een Christelijke school te stichten vind ik veelzeggend. Er zijn meer dan eens stenen door de ruiten gegooid." Hij zal een rechte rug nodig gehad hebben, zowel in het leiden van de school, in het lesgeven en in diverse andere situaties. In het briefje hieronder vraagt de inspecteur van het lager onderwijs of hij toch wil heroverwegen en de jongens en de meisjes wil splitsen... Jan lijkt 'welbewust' een keuze te hebben gemaakt of een advies te hebben gegeven om dit niet te doen.

Het gedichtje hierboven komt uit het poëziealbum van Jantje Willie Vis, die met haar latere man Anne v/d Meer bij Jan Hieminga in de klas hebben gezeten. Zij gaven aan dat hij een geliefde meester was en veel voor De Knipe heeft betekend. Zelf denk ik dat hij ongetwijfeld een ander beeld zal hebben geboden aan zijn leerlingen dan aan zijn kinderen en familie, maar de basis was een strenge man, die zeer actief was en veel voor de gemeenschap deed. Hieronder is een ingezonden brief te lezen die hij in zijn latere jaren (januari 1950) instuurde naar een lokale krant vanuit Steenwijk, in reactie op een mening over een door hem geschreven recensie van een uitvoering van 'Der Messias'. Oordeel zelf over de toon en de afsluiting van de redactie.

Jan Hieminga overlijdt in Steenwijk, op 23 februari 1950, dus niet lang na bovenstaande brief. Hij is 70 jaar oud geworden en zijn overlijden wordt 'plotseling' genoemd, wat er wellicht op duidt dat hij nog in goede gezondheid leek. Hij wordt op 27 februari 1950 begraven naast zijn vrouw in De Knipe.

De school in De Knipe blijft bestaan maar verhuist in 1963 naar een nieuw gebouw. Het oude pand uit 1913 voldeed niet meer. De kleuterschool heeft er nog even in gezeten maar in 1967 is het overgenomen door Bergsma's meubelzaak. Het schoolhuis was al eerder van de hand gedaan. Tegenwoordig zit er nog steeds een meubelzaak in het sterk verbouwde gebouw, waar alleen de originele daklijn en één zijgevel nog terug te vinden is. Met een beetje zoekwerk is binnen in de winkel de plek waar de voorgevel zat en de gang naast de twee lokalen nog (ongeveer) terug te vinden. De schoolwoning is nog steeds een woonhuis, maar ook dit is gemoderniseerd door de jaren heen, waarbij gelukkig de hoofdlijnen van het pand nog wel herkenbaar zijn. De vaart is al jaren terug gedempt en ook de bomen die hier langs stonden zijn verdwenen.

 

Bronnen: "Fan Fean ta Pream" (1988), drs. D.M. Bunskoeke. Foto's en informatie via Historische werkgroep 'Kynhout', met dank aan Feito v/d Wal, Jan en Femmy v/d Meer. Diverse websites (in de tekst gelinkt) en documenten uit eigen collectie.

 


Top